Een doorlopend krediet is zeer geschikt indien u niet op voorhand weet hoeveel geld u precies nodig hebt. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een verbouwing.
Bij het afsluiten van een doorlopend krediet spreekt u met de geldverstrekker een maximum leenbedrag af, de zogenoemde kredietlimiet. Deze limiet wordt vastgesteld door de geldverstrekker op basis van onder andere uw inkomen en woonlasten. Daarna bepaalt u zelf wanneer, hoeveel en waarvoor u uw financiële ruimte gebruikt. De looptijd staat niet vast. U kunt immers steeds weer opnemen wat is afgelost.
De aflossing geschiet in maandelijkse termijnen. In het termijnbedrag wordt zowel de aflossing als de variabele rente berekend. De looptijd is variabel, omdat die onder meer afhangt van de rentestand en het opgenomen bedrag. Extra aflossen kan onbeperkt en zonder extra kosten.
Bij een leenbehoefte van meer dan € 2.500 kunt u al een doorlopend krediet afsluiten. Het maximale leenbedrag bij deze leenvorm is € 100.000. Voor een lagere kredietbehoefte kunt u een Krediet op Betaalrekening afsluiten.
Een doorlopend krediet blijft wel een lening. Op een dag zal het totale bedrag afgelost moeten zijn, ook al is het misschien aantrekkelijk om steeds weer op te nemen.
Voordelen
Het voordeel van een doorlopend krediet is vooral de flexibiliteit, omdat er telkens wordt afgelost en weer geld opgenomen kan worden (mits u binnen de afgesproken limiet blijft). Bovendien biedt een doorlopend krediet gemak, met name als uitgaven zijn gespreid in de tijd. U hoeft dan niet steeds een nieuwe lening aan te gaan. Daarnaast speelt mee dat de maandlasten lager zijn dan bij een persoonlijke lening, omdat de looptijd langer (onbepaald) is.
Nadelen
De voordelen kunnen echter ook een belangrijk nadeel vormen. Immers door de flexibiliteit en het gemak is wel een zekere aflossingsdiscipline vereist. Wie die niet heeft, loopt het risico nooit meer van het krediet af te komen. Bovendien is de rente op het doorlopende krediet vaak variabel en kunnen de kosten voor de betreffende lening zowel hoger als lager worden als gevolg van de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkten.